vrijen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vrij·en
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘minnekozen’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [1] [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vrijen
vree
vrijde
gevreeën
gevrijd
klasse 1

zwak -d

volledig

Werkwoord

vrijen

  1. inergatief (seksualiteit) liefde bedrijven
  2. inergatief knuffelen.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

Meer informatie