acariciarse

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Spaans

stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
acariciarse
acariciaba
acariciado
volledig

Werkwoord

acariciarse

Woordafbreking
  • a·ca·ri·ciar·se
  1. wederkerend
  2. zich strelen, zich aaien
  3. elkaar liefkozen