voorarm

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·arm
Woordherkomst en -opbouw
  • samenstelling van  voor   en  arm   (waarschijnlijk een letterlijke vertaling van het Latijnse "antebracchium": ante- = "voor"; bracchium = "arm")
enkelvoud meervoud
naamwoord voorarm voorarmen
verkleinwoord voorarmpje voorarmpjes

Zelfstandig naamwoord

voorarm m

  1. (anatomie) een vooral in België gebruikt synoniem voor de onderarm
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

75 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie