voetpad

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Aanduiding voor een voetpad in Nederland

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voet·pad
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord voetpad voetpaden
verkleinwoord voetpaadje voetpaadjes

Zelfstandig naamwoord

voetpad o

  1. smalle weg waarop mensen kunnen lopen, maar niet rijden
  2. verhoogde of gemarkeerde strook langs een rijweg waar mensen kunnen lopen
Synoniemen
Opmerkingen
  • In betekenis [2] is in Nederland stoep gangbaarder[2][3].
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen