stoep
Uiterlijk
- stoep
- van Middelnederlands stoep, cognaat met stappen ww , in de betekenis van ‘trottoir’ aangetroffen vanaf 1258 [1] [2] [3]
- [4] in de betekenis ‘oprit van een dijk’ gebruikt in de delta van de grote rivieren [4]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | stoep | stoepen |
| verkleinwoord | stoepje | stoepjes |
- meestal stenen verhoging bij de ingang van een woning
- Zij was de stoep aan het boenen.
- ▸ Ik bleef wel een halfuur op de stoep zitten en voelde mijn benen en armen stijf worden.[5]
- (verkeer) vaak verhoogd onderdeel van een weg bedoeld voor voetgangers
- De stoep was onbegaanbaar vanwege de vele losliggende tegels.
- Jaap loopt op de stoep.
- ▸ De zomer liep ten einde; Londen bestond uit uitlaatgassen, peuken op de stoep en een lucht vol vederwolken.[5]
- horizontaal gemaakt vlak langs een waterkant, gebruikt voor werkzaamheden of als deel van een brug
- (waterbeheer) op- en afrit langs een dijk
- [1] op de stoep staanzich nadrukkelijk presenteren en noodzakelijk een reactie vereisen
- ∗ Misschien vond hij het wel opwindend dat zijn koloniale verleden bij hem op de stoep stond.[5]
- ∗ De dagen erna was alles alsof Joy die dinsdagmiddag nooit op de stoep had gestaan.[6]
- [3] veerstoep, waterstoep
1. verhoging bij de ingang van een woning
2. trottoir
op de stoep staan
|
| vervoeging van |
|---|
| stoepen |
stoep
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stoepen
- Ik stoep.
- gebiedende wijs van stoepen
- Stoep!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stoepen
- Stoep je?
- Het woord stoep staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "stoep" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[7] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ stoep op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "stoep" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Weblink bron D.P. BlokDe oprit van de dijk in: Taal en Tongval., jrg. 9 nr. 2 (najaar 1957), Willem Pée, Bosvoorde, p. 198 - 1 2 3 Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑ Marion Pauw e.a.“4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Verkeer in het Nederlands
- Waterbeheer in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %