trottoir

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

trottoir met vuilniszakken
Uitspraak
Woordafbreking
  • trot·toir
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans.[1]
enkelvoud meervoud
naamwoord trottoir trottoirs
verkleinwoord trottoirtje trottoirtjes

Zelfstandig naamwoord

trottoir o

  1. (verkeer) verhoging langs de weg waarover voetgangers zich kunnen bewegen
    • Het trottoir zal worden verbreed zodat mensen hier in de toekomst niet meer over de weg zullen hoeven lopen. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen