visarend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een visarend in vlucht.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vis·arend
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord visarend visarenden
verkleinwoord visarendje visarendjes

Zelfstandig naamwoord

visarend m

  1. (vogels) Pandion haliaetus op Wikispecies, een vooral visetende roofvogel die de enige soort uit de familie Pandionidae is
Hyperoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
83 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Afrikaans

Een Afrikaanse zeearend.
enkelvoud meervoud
naamwoord visarend visarende

Zelfstandig naamwoord

visarend

  1. (vogels)Afrikaanse zeearend
Synoniemen