vierenhalf
Uiterlijk
- Geluid: vierenhalf (hulp, bestand)
- IPA: / ˌvirənˈhɑlᵊf / (3 of 4 lettergrepen)
- vier·en·half
- samenstelling van vier en half met het invoegsel -en-
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | vierenhalf |
| verbogen | vierenhalve |
| partitief | vierenhalfs |
vierenhalf
- (breukgetal) de breuk 4½; vier en een half
- Hij is na vierenhalf jaar overleden.
- Ik ga vierenhalve kilometer lopen morgen.
| Breukgetallen in het Nederlands | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| half • anderhalf • tweeënhalf • drieënhalf • vierenhalf • vijfenhalf • zesenhalf • zevenenhalf • achtenhalf • negenenhalf | |||||||||||
- Het woord vierenhalf staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 of 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Invoegsel -en- in het Nederlands
- Samenstelling in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Hoofdtelwoord in het Nederlands
- Breukgetal in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal