negenenhalf
Uiterlijk
- Geluid: negenenhalf (hulp, bestand)
- IPA: / ˌneɣənənˈhɑlᵊf / (4 of 5 lettergrepen)
- ne·gen·en·half
- samenstelling van negen en half met het invoegsel -en-
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | negenenhalf |
| verbogen | negenenhalve |
| partitief | negenenhalfs |
negenenhalf
- (breukgetal) de breuk 9½; negen en een half
- Het duurde negenenhalf uur.
- Na negenenhalve minuut viel het eerste doelpunt.
| Breukgetallen in het Nederlands | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| half • anderhalf • tweeënhalf • drieënhalf • vierenhalf • vijfenhalf • zesenhalf • zevenenhalf • achtenhalf • negenenhalf | |||||||||||
- Het woord negenenhalf staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 of 5 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Invoegsel -en- in het Nederlands
- Samenstelling in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Hoofdtelwoord in het Nederlands
- Breukgetal in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal