negenenhalf

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ne·gen·en·half
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen negenenhalf
verbogen negenenhalve

Hoofdtelwoord

negenenhalf

  1. (breukgetal) de breuk 9½; negen en een half
    • Het duurde negenenhalf uur. 
    • Na negenenhalve minuut viel het eerste doelpunt. 
Verwante begrippen
Breukgetallen in het Nederlands
halfanderhalftweeënhalfdrieënhalfvierenhalfvijfenhalfzesenhalfzevenenhalfachtenhalfnegenenhalf

Gangbaarheid