verzoenen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·zoe·nen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verzoenen
verzoende
verzoend
zwak -d volledig

Werkwoord

verzoenen

  1. vrede laten sluiten
    • Hij slaagde er in de twee kampen te verzoenen. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.