verzoener

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·zoe·ner
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verzoener verzoeners
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

verzoener m

  1. iemand die verzoent, die partijen die met elkaar in conflict zijn hun strijd vreedzaam laat bijleggen
    • Nelson Mandela gaat de geschiedenis in als verzoener. 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be