verspieder

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Karikatuur van een verspieder
Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·spie·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verspieder verspieders
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

verspieder m [2]

  1. iemand die op heimelijke en soms illegale wijze inlichtingen verzamelt
    • Ook wisten de verspieders een handleiding voor het maken van een bom, gevonden op een Al-Qaida-site, te veranderen in een recept voor een cupcake.[3] 
    • En prompt schreef Schrijver een roman, Rachab.Rachab was de hoer van Jericho. Zij redde spionnen van het Israëlitische volk uit handen van de koning. Rachab verstopte de verspieders op het dak van haar huis, onder dikke bossen vlas, zo wil het bijbelverhaal.[4] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

65 % van de Nederlanders;
45 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. verspieder op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Volkskrant PATRICK VAN IJZENDOORN 24 juni 2013
  4. Volkskrant Serdijn Danielle 23 maart 2007
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be