verschoppeling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

dochter met 'onecht kind' worden verschoppelingen
Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·schop·pe·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verschoppeling verschoppelingen
verkleinwoord verschoppelingetje verschoppelingetjes

Zelfstandig naamwoord

verschoppeling m [1]

  1. iemand die niet meer door andere geaccepteerd wordt en die in slechte omstandigheden verkeert
    • Afscheid van vrijplaats voor verschoppelingen: De Rotterdamse Pauluskerk gaat na de zomer tegen de vlakte. ‘Drugsdominee’ Hans Visser gaat niet lang erna met pensioen. Ruim een kwart eeuw lang zette hij de kerkdeur open voor verslaafden, hoeren, illegalen en alle anderen die nergens welkom waren. ‘Soms denk ik somber: ‘ik heb alles verloren.’[2] 
    • Wat Europa nodig heeft is een herbezinning op zijn innerlijke waarden, een herformulering van zijn ideologie waarin alle aangesloten landen zich kunnen vinden. Dan pas zal Europa ook innerlijk een hechte gemeenschap kunnen worden die een adequate oplossing zal weten te vinden voor al die verschoppelingen die, om wat voor reden dan ook, langs zijn grenzen binnenstromen.[3] 
    • Eig dook in de archieven en stuitte op „vier verschoppelingen die iets controversieels deden, iets illegaals”, zegt hij in een interview via Skype. Zijn boek The birth of the Pill kwam deze week in Nederland uit als De man die seks uitvond, een titel die geen recht doet aan de drie anderen die volgens Eig aan de wieg stonden van de pil. „Ze waren alle vier nodig. Als een van hen het had opgegeven, was de pil er niet gekomen.”[4] 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Tubantia 23-JUNI-2006
  3. Volkskrant 2 januari 2018
  4. NRC Joke Mat 24 oktober 2014
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be