paria

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pa·ria
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verstoteling, iemand van de laagste kaste’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1724 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord paria paria's
verkleinwoord pariaatje pariaatjes

Zelfstandig naamwoord

paria m

  1. een persoon die buiten alle aanvaarde kasten valt; een uitgestotene
    • De positie van de paria's is in India altijd een groot probleem geweest. 
Synoniemen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders
86 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen