verpletteraar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·plet·te·raar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verpletteraar verpletteraars
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

verpletteraar m [1]

  1. iets of iemand die met name mensen met grof geweld kan overweldigen en kapot maken
    • De verteller zelf doet niet voor hem onder. ‘De buik vol van miserabele misdaden, verzwelger van bootjes en verpletteraar van mannen’ – zo beschrijft hij als een late navolger van Homeros de dreigende zee. [2] 
    • Dat moslims Allah als genadevolle of barmhartige aanroepen, is gebruikelijk, schetst Peters. Dat de profeet wordt omschreven als de verpletteraar of de moordenaar, duidt op de oorlog tegen ongelovigen. [3] 
    • In Twente en de Achterhoek was het vooral Donar of Thor die ontzag bleef inboezemen. Hij beschikte over de bliksem en droeg een knots of donderhamer bij zich, zo stelde de bijgelovige bevolking zich voor. Deze ”verpletteraar” was een soort boemerang die de god af en toe wegslingerde en weer in zijn hand terugkeerde. Donar was ook de god van weer en wind, van de vruchtbaarheid en de landbouw, wat zijn betekenis in een agrarische samenleving nog groter maakte. [4] 
Synoniemen
Antoniemen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Ger Groot 21 december 2012 Een hart als een zure perzikpit
  3. Reformatorisch Dagblad J. Visscher 06-12-2005 Profeet Mohammed, de verpletteraar
  4. Reformatorisch Dagblad Rudy Ligtenberg 20-10-2006 Indekken tegen Donars donderhamer