overwinnaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·win·naar
Woordherkomst en -opbouw

Naamwoord van handeling van overwinnen met het achtervoegsel -aar

enkelvoud meervoud
naamwoord overwinnaar overwinnaars
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

overwinnaar m

  1. iemand die in een strijd tegen iets of iemand wint
    • Ajax was de overwinnaar in de wedstrijd, terwijl Feijenoord toch echter beter voetbalde. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.