verpakken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·pak·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verpakken


verpakte


verpakt


zwak -t volledig

Werkwoord

verpakken

  1. in een beschermende omhulling doen
    Voedsel moet je verpakken om te zorgen dat het niet bederft.