verpakt
Uiterlijk
- ver·pakt
- vervoeging van verpakken: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel
| vervoeging van |
|---|
| verpakken |
verpakt
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verpakken
- Jij verpakt.
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verpakken
- Hij verpakt.
- (verouderd) gebiedende wijs meervoud van verpakken
- Verpakt!
| vervoeging van: | verpakken… |
| verbogen vorm: | verpakte |
verpakt
- voltooid deelwoord van verpakken
- ▸ Ik maakte de kist met servies helemaal leeg en veegde daarna de houtwol, waarin het servies verpakt was, op.[1]
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | verpakt |
| verbogen | verpakte |
| partitief | verpakts |
verpakt
- in een tijdelijke omhulling voor vervoer, opslag of versiering
- ▸ Hij rende haast de trap op en wikkelde de rest van het vlees zo goed en zo kwaad als het ging in een stuk plastic dat hij vervolgens in kranten verpakt in de vuilnisbak propte.[2]
- Het woord verpakt staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ “Echo's aan het meer” (2026), Kokboekencentrum, ISBN 9789029740210
- ↑ Manik Sarkar“Ossenkop” (2024), Hollands Diep, ISBN 9789048862696
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Voltooid deelwoord met alleen -t
- Verouderd in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal