Naar inhoud springen

verpakt

Uit WikiWoordenboek
  • ver·pakt
  • vervoeging van verpakken: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel
vervoeging van
verpakken

verpakt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verpakken
    • Jij verpakt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verpakken
    • Hij verpakt. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van verpakken
    • Verpakt! 
vervoeging van: verpakken…
verbogen vorm: verpakte

verpakt

  1. voltooid deelwoord van verpakken
    ▸ Ik maakte de kist met servies helemaal leeg en veegde daarna de houtwol, waarin het servies verpakt was, op.[1]
stellend
onverbogen verpakt
verbogen verpakte
partitief verpakts

verpakt

  1. in een tijdelijke omhulling voor vervoer, opslag of versiering
    ▸ Hij rende haast de trap op en wikkelde de rest van het vlees zo goed en zo kwaad als het ging in een stuk plastic dat hij vervolgens in kranten verpakt in de vuilnisbak propte.[2]
  1. ↑ “Echo's aan het meer” (2026), Kokboekencentrum, ISBN 9789029740210
  2. ↑
    Manik Sarkar
    “Ossenkop” (2024), Hollands Diep, ISBN 9789048862696