inpakken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·pak·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inpakken
pakte in
ingepakt
zwak -t volledig

Werkwoord

inpakken

  1. overgankelijk in een verpakking doen
    • Op deze foto zie je Kim voor haar broertjes' eerste verjaardag een cadeautje inpakken. 
  2. overgankelijk in een omhulsel doen
    • De machine pakte een doos met tomatensoep in. 
  3. volstoppen met goederen
     De Renault 4 werd vakkundig ingepakt waarbij elke centimeter werd benut.[1]
     Snel pakte ik mijn rugzak in en vertrok met een dikke laag kleren aan.[1]
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. 1,0 1,1 Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be