verlenging

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·len·ging
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verlenging verlengingen
verkleinwoord verlenginkje verlenginkjes

Zelfstandig naamwoord

verlenging v

  1. dat waarmee iets verlengd is
    • De verlenging van de trein werd losgekoppeld. 
  2. het verlengen
    • Na onderhandelingen met de vakbonden zal er geen verlenging van de staking zijn. 
  3. (sport) extra speeltijd
    • Tijdens de verlenging kon de thuisploeg de eindstand vastleggen. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie