verevenen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·eve·nen
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

verevenen [2]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verevenen
verevende
verevend
zwak -d volledig
  1. schulden en rekeningen verrekenen met name met betrekking tot pensioenrechten
     Partijen waren bij huwelijkse voorwaarden recht op pensioenverevening volgens de wet overeengekomen, tenzij schriftelijk anders werd bepaald. Het tijdens het huwelijk opgebouwde pensioen moest dan ook worden verevend.[3]
  2. conflicten oplossen door uitwisseling van geld, goederen of diensten
     Een zogenoemd vanihuwelijk, waarbij een meisje of vrouw wordt gedwongen te trouwen om een misdaad of ruzie te verevenen, is illegaal in Pakistan. Desalniettemin komt dit soort huwelijk vrij vaak voor.[4]
Synoniemen

Gangbaarheid

70 % van de Nederlanders;
42 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen

  1. verevenen op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Bronlink Weblink bron Henny van den Hurk “Column: Samen zullen we alles delen, maar ik een beetje meer dan jij” (29 dec. 2017), De Telegraaf
  4. Bronlink Weblink bron “Pakistan steekt stokje voor huwelijk met 10-jarig meisje” (11-01-2017), Tubantia
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be