egaliseren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ega·li·se·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
egaliseren
egaliseerde
geëgaliseerd
zwak -d volledig

Werkwoord

egaliseren

  1. (overgankelijk) gelijk maken, gladmaken
  2. (economie) nivelleren
    egaliseren bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl