verbetenheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·be·ten·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verbetenheid verbetenheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

verbetenheid v [1]

  1. het op een felle, strijdvaardige, fanatieke manier niet willen opgeven
    • Niet omdat de bezoekers nou zoveel minder voetballen, met name na rust is PSV speltechnisch de betere, maar de thuisploeg wint de wedstrijd op hartstocht en verbetenheid. [2] 
    • Het verschil tussen PSV en Ajax, het was werkelijk in alles zichtbaar in de eenzijdige topper in het Philips Stadion. De verbetenheid in de duels. Het omgaan met kansen. Het spelen als team. [3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid


Verwijzingen