felheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fel·heid
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van fel en met het achtervoegsel -heid
enkelvoud meervoud
naamwoord felheid felheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

felheid v [1]

  1. het heel fel en levendig zijn
    • Volgens Goldring staat de schaal en felheid van de kritiek buiten alle proportie. Bovendien kan Oxfam niks goeds meer doen, klinkt het verder. „Alles wat we zeggen wordt gemanipuleerd. We worden afgeslacht.”[2] 
    • De AZ-coach weet dat Feyenoord momenteel te maken heeft met veel blessureleed. "Natuurlijk ben ik benieuwd hoe ze de posities gaan invullen. Maar ik weet ook: Feyenoord is een club die altijd weer komt bovendrijven. Wij verloren afgelopen weekend, en dan zie je een reactie op de training qua scherpte en felheid. Dat is alleen maar goed. Dat zal bij Feyenoord niet anders zijn. Als topclubs verliezen, is het alarmfase één."[3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf 17 feb. 2018
  3. de Telegraaf 29 sep. 2017