vastberadenheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vast·be·ra·den·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vastberadenheid
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

vastberadenheid v [1]

  1. zonder op besluiten terug te komen
    • Op het bordje aan de voet van de boom schrijft de Society of European Affairs Professionals: *“Belangrijke kwesties moeten worden opgelost via discussie en besluitvorming, met vastberadenheid, geduld en toewijding. [2] 
    • Zijn bewegingen zijn resoluut, zijn kin is hoog geheven. Wat Albert vooral ziet, is de heldere en directe blik van de luitenant. Een en al vastberadenheid. Opeens wordt hem alles duidelijk, alles. [3] 
     Vooral de kracht en vastberadenheid van dit jonge meisje om anderen te helpen vond ik indrukwekkend.[4]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. https://commons.wikimedia.org/wiki/File:LobbyboomBrusselIMG2092.jpg
  3. Lemaitre, Pierre "Tot ziens daarboven" 2014 ISBN 9789401601931 pagina 20
  4. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be