velg

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • velg
enkelvoud meervoud
naamwoord velg velgen
verkleinwoord velgje velgjes

Zelfstandig naamwoord

velg v/m

  1. (techniek) de buitenrand van een wiel waar de band omheen zit
    De velg van dat wiel was helemaal versleten.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie