velg

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • velg
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘buitenrand van wiel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1364 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord velg velgen
verkleinwoord velgje velgjes

Zelfstandig naamwoord

velg v/m

  1. (techniek) de buitenrand van een wiel waar de band omheen zit
    • De velg van dat wiel was helemaal versleten. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen