triomf

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tri·omf
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord triomf triomfen
verkleinwoord triomfje triomfjes

Zelfstandig naamwoord

triomf m

  1. (oudheid) feestelijke intocht
    • In triomf hield hij zijn intocht in de stad. 
    • De Gallische koning werd door Rome geparadeerd als onderdeel van de triomf van Caesar. 
  2. grootse overwinning of prestatie
    • Dit feest belichaamt de triomf van het goede over het kwade. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen