triomf

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tri·omf
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord triomf triomfen
verkleinwoord triomfje triomfjes

Zelfstandig naamwoord

triomf m

  1. (oudheid) feestelijke intocht
    In triomf hield hij zijn intocht in de stad.
    De Gallische koning werd door Rome geparadeerd als onderdeel van de triomf van Caesar.
  2. grootse overwinning of prestatie
    Dit feest belichaamt de triomf van het goede over het kwade.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl