toespreken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toe·spre·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
toespreken
sprak toe
toegesproken
klasse 4 volledig

Werkwoord

toespreken

  1. het woord tot een bepaald iemand of een bepaalde groep richten
    • Hij sprak het bruidspaar toe op de bruiloft. 
    • De docent sprak de leerlingen vermanend toe over de slechte resultaten bij het laatste proefwerk. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.