timmerman

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tim·mer·man
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord timmerman timmermannen
timmerlieden
timmerlui
verkleinwoord timmermannetje timmermannetjes

Zelfstandig naamwoord

timmerman m

  1. (beroep) iemand die zich beroepsmatig vooral met houtbewerking bezighoudt
    • De timmerman ging na veertig jaar met pensioen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie