tegenstrever

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
Woordafbreking
  • te·gen·stre·ver
enkelvoud meervoud
naamwoord tegenstrever tegenstrevers
verkleinwoord tegenstrevertje tegenstrevertjes

Zelfstandig naamwoord

tegenstrever m

  1. iemand die tegenwerkt, tegenspeler
    • Zijn tegenstrevers waren te sterk, er bleef hem niets anders over dan zijn zaak verkopen. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

73 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be