tegenstrever

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
Woordafbreking
  • te·gen·stre·ver
enkelvoud meervoud
naamwoord tegenstrever tegenstrevers
verkleinwoord tegenstrevertje tegenstrevertjes

Zelfstandig naamwoord

tegenstrever m

  1. iemand die tegenwerkt, tegenspeler
    • Zijn tegenstrevers waren te sterk, er bleef hem niets anders over dan zijn zaak verkopen. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

76 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.