tegenhanger

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·gen·han·ger
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tegenhanger tegenhangers
verkleinwoord tegenhangertje tegenhangertjes

Zelfstandig naamwoord

tegenhanger m

  1. iemand of iets met vergelijkbare functie of eigenschappen aan gene zijde van een scheidslijn
    • De Australische mierenegel en de Zuid-Amerikaanse miereneter zijn elkaars tegenhangers: ze hebben een vergelijkbare levenswijze, maar ze zijn nauwelijks aan elkaar verwant. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be