tegenhanger

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·gen·han·ger
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van hangen met het voorvoegsel tegen- en met het achtervoegsel -er.
enkelvoud meervoud
naamwoord tegenhanger tegenhangers
verkleinwoord tegenhangertje tegenhangertjes

Zelfstandig naamwoord

tegenhanger m

  1. iemand of iets met vergelijkbare functie of eigenschappen aan gene zijde van een scheidslijn
    De Australische mierenegel en de Zuid-Amerikaanse miereneter zijn elkaars tegenhangers: ze hebben een vergelijkbare levenswijze, maar ze zijn nauwelijks aan elkaar verwant.
Vertalingen