tandglazuur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tand·gla·zuur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tandglazuur tandglazuren
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

tandglazuur o

  1. het blinkend glazuur op de tandkroon die rond het tandbeen gelegen is
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie