Naar inhoud springen

taf

Uit WikiWoordenboek
  • taf
  • In de betekenis van ‘lichte stof’ voor het eerst aangetroffen in 1592 [1]
  • Van het Perzisch taftan (weven)
enkelvoud meervoud
naamwoord taf taffen
verkleinwoord - -

detafv/m,hettafo

  1. lichte, geweven , zijden stof
    • Een bruidsjurk waar taf in is verwerkt. 
  • Ook wel gespeld: taft
31 %van de Nederlanders;
27 %van de Vlamingen.[2]
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  taf     le taf     tafs     les tafs  

[1] taf m

  1. (spreektaal) werk, werkzaamheden
  2. (spreektaal) werk, job, baan
    «Va chercher du taf
    Ga een baan zoeken! [1]

[2] taf m

  1. (verouderd) (spreektaal) angst