taffen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • taf·fen
stellend
onverbogen (alleen
attributief)
verbogen

Bijvoeglijk naamwoord

taffen

  1. van taf vervaardigd

Zelfstandig naamwoord

taffen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord taf

Gangbaarheid

9 % van de Nederlanders;
20 % van de Vlamingen.