suponer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • su·po·ner

Werkwoord

suponer

stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
suponer
suponía
supuesto
volledig
  1. (onovergankelijk) meetellen, van belang zijn
  2. (overgankelijk) vermoeden, gissen, veronderstellen, aannemen
  3. zich voorstellen, zich indenken
  4. inhouden, betekenen, impliceren
Synoniemen