superplie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • su·per·plie
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het me Latijn, in de betekenis van ‘koorhemd’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1906 [1]
  • afgeleid van het Latijnse pelliceus [van bont gemaakt] met het voorvoegsel super- [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord superplie superplies
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

superplie o [3]

  1. (religie) (kleding) liturgisch gewaad van de Katholieke Kerk bestaande uit een wijd, wit linnen hemd, dat reikt tot aan de knieën en dat wordt gedragen over de toog
Vertalingen

Gangbaarheid

19 % van de Nederlanders;
18 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen