gewaad

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·waad
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘kleding’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285 [1]
  • vervoeging van waden: de stam met omvoegsel ge- -d, zonder -d omdat de stam al op -d eindigt [2]
  • afgeleid van waad met het voorvoegsel ge-
enkelvoud meervoud
naamwoord gewaad gewaden
verkleinwoord gewaadje gewaadjes

Zelfstandig naamwoord

gewaad o [3]

  1. een voornaam en omhullend kledingstuk
    • Zij verscheen gehuld in een prachtig gewaad en gesierd met prachtige juwelen. 
Hyponiemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van: waden
verbogen vorm: gewaade

gewaad

  1. voltooid deelwoord van waden

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen