structuur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • struc·tuur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord structuur structuren
verkleinwoord structuurtje structuurtjes

Zelfstandig naamwoord

structuur v

  1. de interne opmaak van een geheel
    • Wat is de structuur van dat blad? 
  2. de manier waarop een samengesteld geheel is opgebouwd
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen