Naar inhoud springen

structuur

Uit WikiWoordenboek
  • struc·tuur
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘wijze van opbouw’ voor het eerst aangetroffen in 1494 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord structuur structuren
verkleinwoord structuurtje structuurtjes

destructuurv

  1. de interne opmaak van een geheel
    • Wat is de structuur van dat blad? 
     Deze subtiele en vaak hoogst abstracte bespiegelingen rondom de Weg uit zijn DDJ-commentaar heeft Wang zelf lucide samengevat in de Schets van de subtiele betekenis en structuur van de Laozi.[3]
  2. de manier waarop een samengesteld geheel is opgebouwd
     En om de bleke kleur wat op te peppen goot hij het half geronnen kattenbloed eroverheen, waarna hij het volgens de regelen der kunst met twee pollepels vermengde, ervoor wakend de structuur niet te beschadigen.[4]
     Ik was altijd een efficiënte planner geweest en hield van structuur, orde en controle.[5]
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[6]