stijfheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stijf·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stijfheid stijfheden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

stijfheid v [1]

  1. het stijf zijn, de mate waarin een materiaal of een constructie zich tegen elastische vervorming verzet, de onbuigzaamheid, starheid
  2. onhandigheid, houterigheid
  3. weinig hartelijke houding
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen