rigiditeit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ri·gi·di·teit
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rigiditeit rigiditeiten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

rigiditeit v

  1. (medisch) stijfheid, onbuigzaamheid
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen