stapelbed

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een stapelbed.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sta·pel·bed
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stapelbed stapelbedden
verkleinwoord stapelbedje stapelbedjes

Zelfstandig naamwoord

stapelbed : o

  1. (huishouden) twee bedden op elkaar
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be