spegel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • spe·gel
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse zelfstandige naamwoord spegill, dat van het Nederduitse zelfstandige naamwoord "spegel" kommt, dat weer van het Latijnse zelfstandige naamwoord speculum komt.
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   spegel     spegelen     speglar     speglane  

Zelfstandig naamwoord

spegel, m

  1. (natuurkunde), (optica) spiegel
  2. (aardrijkskunde), (waterstaat) peil
  3. een glanzende, gladde oppervlak, zoals een waterspiegel
  4. een begrensd glad oppervlak
Synoniemen
Afgeleide begrippen


West-Vlaams

Zelfstandig naamwoord

spegel

  1. spiegel


Zweeds

Zelfstandig naamwoord

spegel g

  1. spiegel
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   spegel     spegeln     speglar     speglarna  
genitief   spegels     spegelns     speglars     speglarnas