speer
Uiterlijk
- speer
- van Middelnederlands spere, in de betekenis van ‘steekwapen’ aangetroffen vanaf 1220 [1] [2] [3]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | speer | speren |
| verkleinwoord | speertje | speertjes |
- lange stok met een punt eraan, (werd) gebruikt voor de jacht, oorlogvoering of atletiek.
- Ook tegenwoordig worden speren nog gebruikt, speerwerpen wordt als sport nog beoefend.
- speerdistel, speerdrager, speerhaai, speerhaak, speermaat, speerpunt, speerreep, speervissen, speervormig, speerwerpen
- Het woord speer staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "speer" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ speer (wapen) op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "speer" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %