spies

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spies
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘lange speer’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1485 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord spies spiesen
verkleinwoord spiesje spiesjes

Zelfstandig naamwoord

spies v/m

  1. stokje met daaraan vlees geregen
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

spies mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord spy