lans

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lans
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘stoot- en werpwapen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1350 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord lans lansen
verkleinwoord lansje lansjes

Zelfstandig naamwoord

lans v/m

  1. (militair), (middeleeuwen) een lang steekwapen met een metalen punt
    • De ridder op het paard had een lans bij zich. 
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • een lans breken voor iemand
het voor iemand opnemen, voor iemand opkomen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen