smoking

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • smo·king
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord smoking smokings
verkleinwoord smokinkje smokinkjes

Zelfstandig naamwoord

smoking m

  1. (kleding) een twee- of driedelig zwart kostuum gedragen als avondkleding
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen