sluiting

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slui·ting
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sluiting sluitingen
verkleinwoord sluitinkje sluitinkjes

Zelfstandig naamwoord

sluiting v

  1. het sluiten
    • De gemeenteraad discussieerde over de sluiting van het zwembad. 
     Aan de sluiting van verzorgingshuizen worden twaalf regels besteed, maar daarin wordt het verdwijnen van deze voorziening uitsluitend beschreven als een (kwantitatief) verlies van woonplekken. Terwijl de formule van deze woon-zorgvoorziening juist uniek was: geen scheiding van wonen en zorg, maar juist integratie daarvan.[1]
  2. middel om meerdere objecten, losse delen of uiteindes samen te sluiten
    • Het kettinkje werd met een kleine sluiting vastgemaakt. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Noud Engelen “Kwetsbare ouderen hebben beschermde woonomgeving nodig” (14 februari 2020), Trouw
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be