dagsluiting

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

dominee die een dagsluiting uitspreekt
Uitspraak
Woordafbreking
  • dag·slui·ting
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dagsluiting dagsluitingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

dagsluiting v [1]

  1. een bijeenkomst of toespraak om een dag te overdenken en af te sluiten
    • Johan was dit jaar ineens vrij actief op Twitter. Hij becommentarieerde vooral nieuws uit de Nederlandse media en politiek. Op 24 september verscheen zijn allerlaatste 'like', van een tweet met de dagsluiting van @zustermarianne: ,,God, onze Vader, wij zegenen U om Jezus, uw Zoon: hoor ons bidden, bewaar ons in uw liefde en behoed al u kinderen deze nacht." [2] 
    • Armoede hoeft niet alleen een centenkwestie te zijn. In het kader van de Poëziemarathon zouden Bert de Haan en Sandra van Megen elke middernacht een dagsluiting verzorgen bij de diensten die over ons burgers waken: brandweer, politie en ziekenhuis. Het feest is niet doorgegaan. Onze geüniformeerde diensten zaten niet te wachten op die twee snoeshanen met gedichten en liederen. [3] 
    • Het bowlen ging Nederland vervolgens nog beter af. Na 22.3 overs zaten er al zes Schotten aan de kant met een schamel totaal van 31 runs. Vivian Kingma nam in acht overs drie wickets ten koste van slechts negen runs. Paul van Meekeren deed met 2-6/8 niet voor hem onder. Schotland stond bij de dagsluiting op 35 voor 6 (23 overs). Donderdag wordt het duel voortgezet. Dinsdag kon niet worden gespeeld door de vele regenbuien. [4] 


Gangbaarheid


Verwijzingen