slok

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slok
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord slok slokken
verkleinwoord slokje slokjes

Zelfstandig naamwoord

slok m

  1. een mondvol vloeistof die ingeslikt wordt
    Hij nam een slok uit zijn veldfles.
Uitdrukkingen en gezegden
  • een slok op een borrel
een aanzienlijk verschil
Vertalingen