sip

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sip
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘beteuterd’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1636 [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen sip sipper sipst
verbogen sippe sippere sipste
partitief sips sippers -

Bijvoeglijk naamwoord

sip

  1. teleurgesteld en bedrukt

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Verwijzingen